De vogelspin: Klimaat

- Temperatuur
- Luchtvochtigheid

 

Temperatuur

Hoewel de temperatuur per soort vogelspin verschilt, worden de meeste vogelspinnen gehouden tussen een temperatuur van 25-28°C. Nu begrijp je dat het in ons huis, gemiddeld rond de 20°C ligt. Een extra warmtebron in het terrarium is vaak geen overbodige luxe. De temperatuur mag voor de meeste spinnen in geen geval onder de 18°C komen. Een lichte daling(23-25°C) van de temperatuur in de nacht is ook gewenst, daar dit in de natuur ook gebeurd. Vogelspinnen zijn koudbloedige dieren, wat inhoud dat de lichaamstemperatuur van de spin gelijk is aan de omgevingstemperatuur. Elke spin heeft haar eigen optimumtemperatuur: Bij deze temperatuur zal de spin het meest actief zijn en zich het prettigst voelen, zich voort kunnen planten en goed eten. Dit houd natuurlijk niet in dat de temperatuur precies op de optimumtemperatuur moet liggen. De spin kan een groter bereik aan, maar er zijn grenzen aan de temperatuur. Zoals vermeld mag de temperatuur beslist niet onder de 18°C komen. Oververhitting kan ook plaats vinden. Het verschilt per soort wat deze temperaturen zijn. Wij raden je dan ook aan om je goed in een bepaalde soort vogelspin te verdiepen, alvorens het terrarium in te richten. Sommige soorten zijn erg gevoelig voor temperatuur en luchtvochtigheid. Vogelspinnen uit drogere gebieden kunnen vaak een bredere temperatuurschommeling aan. In woestijnen valt de temperatuur 's nachts tot onder het vriespunt, terwijl het overdag boven de 45°C kan komen. De spin lost dit op door een hol onder de grond te graven. Onder de grond is de temperatuur vrij constant en naarmate de spin het warmer en/of kouder wil hebben, zal de spin zich dieper of ondieper ingraven.

 Voor de verwarming in je terrarium kan je verschillende methoden gebruiken. Je kan een gloeilamp gebruiken en deze bovenin het terrarium, net iets uit het midden, bevestigen. Hierdoor kan de spin haar eigen optimumtemperatuur zoeken door dichter of verderaf van de lamp te gaan zitten. Let er in elk geval op dat de spin zich kan verbranden aan een gloeilamp. De lamp dient dan ook ten alle tijden goed afgeschermd te zijn voor de spin. Meestal volstaat een 25 Watt lamp prima, maar dit is mede afhankelijk van de grootte van het terrarium en de temperatuur buiten het terrarium. Zorg er in elk geval voor dat er NOOIT direct zonlicht op het terrarium valt. De temperatuur zal hierdoor binnen zeer korte tijd enorm omhoog schieten, waardoor de spin kan overlijden aan oververhitting. Kies dus zorgvuldig een plek uit in je (huis)kamer! Als je een groot terrarium hebt, kun je beter 2 of 3 lampen van 20 Watt plaatsen, dan één lamp van 60 Watt. Door meerdere lampen te gebruiken, verspreid je de warmte beter over het terrarium dan wanneer je één lamp gebruikt. Gloeilampen moet je NOOIT in een plastic terrarium plaatsen ivm de warmte die de lamp afgeeft en de zachtheid van plastic.
  Je kan ook een warmtemat gebruiken voor de spin. Dit is een dun matje dan warmte afgeeft. Deze worden doorgaans op de bodem van het terrarium geplaatst(aan de buitenzijde!). Een groot nadeel is dat er niks natuurlijks aan is. Immers, normaal gesproken komt de warmte van boven(de zon). Een spin graaft zich juist dieper in, als ze een koelere omgevingstemperatuur wilt. Als er een warmtemat op de bodem ligt, is dit natuurlijk de omgekeerde wereld. Wat beter is, is een warmte steen die in het terrarium staat. De spin kan zich op deze manier meer naar de steen verplaatsen indien ze het warmer wilt hebben.

Uiteraard geldt ook hier: METEN IS WETEN!
  Plaats in het terrarium een thermometer. Het liefst één met minimum en maximum temperatuur. Hierdoor kun je altijd aflezen wat deze temperaturen zijn geweest en eventueel aanpassingen maken. Je kan de temperatuur regelen d.m.v. in de handel te verkrijgen thermostaten. Een simpelere oplossing is een tijdschakelaar, die bijvoorbeeld de lamp elk uur een kwartier aanzet.

 

Luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid is nauw verbonden met de temperatuur. De hoogte van de temperatuur bepaalt de opgenomen hoeveelheid vocht in de lucht. Hoe hoger de temperatuur, hoe minder vocht deze kan bevatten. Er wordt daarom altijd gesproken van de relatieve luchtvochtigheid(hoeveelheid vocht in de lucht uitgedrukt in percentage), omdat de luchtvochtigheid gekoppeld is aan de temperatuur. Bij de juiste luchtvochtigheid voelt de spin zich het prettigst. Voornamelijk bij subtropische soorten vogelspinnen is het van belang dat de luchtvochtigheid niet te laag is. Een te droge lucht kan bij het vervellen voor problemen zorgen, waardoor de vervelling niet goed verloopt en de spin door het leven moet met minder ledematen of, in het ergste geval, zal overlijden. Tevens zal de spin haar benodigde vocht voornamelijk uit de lucht en prooidieren halen. Zorg ten alle tijden voor een waterbakje in het terrarium. Mocht er te weinig vocht voor handen zijn in de lucht, dan kan de spin altijd terug vallen op haar waterbakje. Voor soorten uit de woestijn is een waterbak een vereiste!

 Je kan het terrarium het beste vochtig houden door met regelmaat te sproeien met lauw water. Een goede bodemsubstraat(coccus, turf etc) zal vocht opnemen en dit geleidelijk aan weer aan de buitenlucht afstaan. Zelf hebben we wel problemen met het vochtig houden van het terrarium. Dikwijls komt er schimmel in het terrarium of ongewenste ongedierte. Zodra je ook maar iets waarneemt van deze niet gewenste situaties, is het belangrijk onmiddellijk actie te ondernemen. Schimmel en ongedierte zijn funest voor een vogelspin en deze kan hieraan overlijden !

 De luchtvochtigheid kun je in principe regelen op het oog. We letten hierbij op de structuur van de bodem, de conditie van levende planten, het 3waterbakje en de gecondenseerde waterdamp op de ruiten. De kans is echter groot dat je niet het verschil ziet tussen 60% en 80% luchtvochtigheid. Ook hierbij geldt weer: METEN IS WETEN. In de handel kun je hygrometers krijgen die de luchtvochtigheid aangeven. Plaats deze hygrometer daar waar de spin ook zit: laag bij de grond. De luchtvochtigheid is bovenaan het terrarium anders dan bij de grond.