De vogelspin: Soorten
Je kan de vogelspinnen grofweg indelen in de volgende soorten:
- Boom- en struikbewoners
- Bodem- en grondbewoners
![]() |
Zoals de naam al doet vermoeden leven deze vogelspinnen in struiken of bomen. Hun lichaamsbouw verschilt dan ook van de bodembewoners. Ze hebben opvallend lange poten, met aan de voet en middenbeen een bundel haren. Deze bundel haren komt de spin goed van pas, want hiermee heeft de spin goed houvast op het gladde oppervlak van bladeren en bomen. Tevens kan de spin door deze beharing op de voeten zich laten vallen van een tak zonder zichzelf te verwonden. Ze spreidt bij de val haar behaarde poten, wat als een soort valscherm werkt. Ongedeerd komt de spin terecht op een tak of op de zachte bosbodem. Vervolgens geven deze haren de spin ook nog drijfvermogen op het water, wat natuurlijk een zeer praktische oplossing is als het regenseizoen er is. |
|
De bodembewoners kun je eigenlijk weer onderverdelen in bodembewoners en grondbewoners. De bodembewoners hebben schuilplaatsen boven de grond, zoals holle takken, onder boomschors, holtes tussen wortels, onder stenen en grind of plantaardig materiaal dat op de bodem ligt. De grondbewoners daarentegen graven zelf hun hol ónder de grond, soms tot wel twee meter diep! Deze grondbewoners zul je dan ook niet vaak te zien krijgen. |



