Onze spinnen: Citharischius Crawshayi

Onze Naam: Sjaakie
Herkomst: Kenia, Tanzania en Oeganda
Temperatuur: Overdag: 23-28°C
's Nachts 23-25°C
Luchtvochtigheid: 75-85%
Lichaamslengte: 5-10 cm
Terrarium: diep 40x40x60 lxbxh (cm)
Bodem:

dikke laag
(+/- 25 cm)

Het Afrikaanse genus omvat twee soorten: Citharischius Crawshayi met een verspreiding in de oostelijke delen en Citharischius Stridulantissimus in de westelijke delen van het continent. De laatste soort wordt bij liefhebbers vrijwel niet aangetroffen.
  Het zijn grote vogelspinnen die gemakkelijk een lichaamslengte van 8-10 cm kunnen bereiken. Zij zijn goed aangepast aan het leven in ondergrondse holen, tot een meter diep, van savanne en grasvlakten. Opvallend zijn, vooral bij de vrouwelijke exemplaren, de sterk verdikte voor- en achterpoten. De achterpoten vallen nog het meest op omdat zij ook nog eens een lichte kromming hebben.
  De spinnen zijn roestbruin met een korte, lichtbruine, fluweelachtige beharing. Mannetjes zien er tot hun laatste vervelling nagenoeg hetzelfde uit als vrouwtjes, maar eenmaal volwassen zijn er toch belangrijke verschillen. De mannetjes zijn kleiner en bereiken een lengte van 5 cm. Ze hebben langere haren en de sterke graafpoten ontbreken, aan het uiteinde van elk pootsegment zit een wit dwarsstreepje. De soort heeft geen tibiaalhaken of brandharen op het achterlijf. Op het eerste gezicht kunnen de soorten een wat trage indruk maken, maar zijn dat zeker niet: ze kunnen razendsnel uit hun hol schieten om een prooi te grijpen.
  De spinnen staan ook bekend om hun agressieve gedrag, waarbij de dieren op hun achterpoten gaan staan en met hun kaken een 'knetterend' geluid produceren. De spinnen kunnen met hun gifkaken(16-18 mm) lelijk bijten en laten zich niet vrijwillig los van een prooi of belager. De spinnen kunnen worden gehuisvest in een verblijf van minstens 30 x 30 x 30 cm met een dikke bodemlaag van circa 15 cm. De bodemlaag moet bestaan uit een dikke laag kleiige aarde vermengd met potgrond en stukken boomschors. Een nadeel van de ondergrondse leefwijze is dat de dieren niet vaak te zien zullen zijn, het kan zelfs voorkomen dat een Citharschius zich zonder problemen 3 tot 5 maanden kan schuilhouden.

BRON: Het Vogelspinnenboek

Toch wel leuk dat je een echte graafster nog wel te zien kunt krijgen. We hebben haar uit een dierenwinkel gekocht toen ze nog vrij klein was. Eigenlijk direct na het plaatsen van haar in een terrarium is ze ondergedoken. Nu na 3 maanden laat ze zich ook boven de grond zien. Ze wordt uiteindelijk fluweelachtig oranje (zie soortbeschijving) en ook niet de kleinste spin met een lichaamslengte van rond de 8 cm. We kunnen niet gek veel vertellen over haar, omdat ze onder de grond leeft en zich weinig laat zien.